Neurocognitieve klachten

Algeheel ziek-zijn

De ‘centrale’ krijgt een flinke knauw. Dat kan te maken hebben met de heftigheid van de ziekte, met bepaalde stoffen in het bloed, de bloeddruk maar ook bijv. met zuurstoftekort dat is opgetreden. Het lichaam heeft heel veel compensatie-mechanismen en de hersenen worden zoveel als mogelijk ontzien, maar ze zijn wel kwetsbaar en kunnen toch de effecten ondervinden. Zie ook bij ‘Delier’ bij ‘Opname’. Dat wil overigens niet zeggen dat deze effecten blijvend zijn.
Waar moet je nu precies aan denken bij het woord ‘neuro-cognitieve klachten’? ‘Neuro’ staat voor het zenuwstelsel want zonder zenuwen slaan we geen informatie op. Het woord ‘cognitie’ slaat op het vermogen dat je hebt om dingen te leren kennen. Daarvoor moet je je kunnen concentreren, dingen kunnen onthouden, etc. En juist op dat vlak kan de patiënt na een IC-periode moeite hebben. Naast neurocognitieve klachten wordt ook wel gesproken van ‘neuro-psychologische klachten’. Dat wil zeggen: hoe het zich uit in iemands gedrag/vaardigheden. Kan iemand bijv. ‘multi-tasken’, overzicht bewaren, met stress en onverwachte situaties omgaan, goed problemen oplossen, etc.

Hersenschade

Na bijv. een hersentrauma, hartstilstand of vergiftiging kan ook functie-verlies van de hersenen optreden, evenals door drukverhoging a.g.v. zwelling of bloeding of door een infarct of ontsteking.
Het hangt van de uitgebreidheid, de plaats van de schade en een mogelijke en tijdige behandeling af, in hoeverre deze schade blijvend is.

Er zijn meerdere factoren die meespelen. Ook de factor stress niet te vergeten.
Ernstige ziekte en plotselinge opname kunnen een traumatische ervaring zijn. Die emotionele stress kan ervoor zorgen dat de patiënt door het gebeurde in beslag wordt genomen en weinig kan hebben.Vergelijk het met een ‘centrale’ die oververhit is geraakt. Iemand is dan snel overprikkeld en snel afgeleid en heeft moeite zich te concentreren en dingen te onthouden.
Maar daarmee moeten de lichamelijke oorzaken niet worden onderschat, zoals boven al uitgelegd. In Amerika is daar bijv. bij sepsis-patiënten wat meer onderzoek naar gedaan.

Zo bleken uit onderzoek door Hopkins et al (1999) bij 3 van de 5 patiënten die op de IC hadden gelegen met een sepsis (bloedvergiftiging) met multi orgaan falen (zie bij multi orgaanfalen), langdurige neurocognitieve klachten op te treden. Hierbij lijken de bloedvergiftiging en het zuurstoftekort elkaars effect te versterken.

Als iemand een delier (en dus een uiting van verstoorde hersenfunctie) heeft gekregen op de IC treden langdurige neurocognitieve klachten eerder op, zo is in onderzoek vastgesteld. Maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Andere aandoeningen zoals een nier- of leverziekte of diabetes maar ook de hormonen die uit balans zijn en de slaapmedicatie kunnen eveneens invloed hebben op de neurocognitieve functies.

Het kan zijn dat patiënten in het begin nog niet veel merken van hun klachten. Ze schrijven ze toe aan de klap van het ernstig ziek zijn. En in het begin stelt men nog niet al te hoge eisen aan zichzelf. Maar gaandeweg kan het op gaan vallen: het vergeetachtig zijn, nog geen bladzijde van een boek kunnen lezen, last hebben van teveel of harde geluiden en moeite hebben om meerdere dingen tegelijk te doen. Vooral bij terugkeer in het werk, kan dit een vervelend obstakel blijken. Maar ook de uitvoering van de dagelijkse activiteiten kan door vergeetachtigheid en gebrek aan overzicht lastig zijn. Voor menigeen is dit behoorlijk confronterend.
Dit soort klachten treedt lang niet bij iedereen op en ook niet in dezelfde mate. Het kan zich in de loop der tijd herstellen. Dat hangt heel erg af van de oorzaak. Is er hersenweefsel afgestorven door een infarct/zuurstoftekort dan zijn de gevolgen ernstiger.
Als men echter tegen neurocognitieve klachten aanloopt is het goed om te weten dat dit ook anderen overkomt. En dat de klachten verklaarbaar zijn. Dat is al een belangrijk begin.
Vermoeidheid en een slechte voedingstoestand kunnen het beeld versterken. Daarom kan het op de rails helpen van de conditie ook helpen om zich helderder in het hoofd te voelen.
Mocht men in het werk erg belemmerd worden door het inleveren van functies of vaardigheden, dan kan er een neuropsychologische test af worden genomen. Zo kan in ieder geval objectief duidelijk worden waar betrokkene moeite mee heeft. Dit kan helpen te verklaren waarom bepaalde dingen lastig zijn. En te zoeken met de werkgever naar aangepaste taken.

Neurocognitieve klachten onder (ex-)IC-patiënten krijgen de laatste tijd in ieder geval meer aandacht; ze worden ook nadrukkelijk benoemd als onderdeel van het zgn. post ic-syndroom, dit is de verzameling verschijnselen die op kan treden na kritieke ziekte met IC-opname waarbij (de stress van)het ernstig ziek zijn, gecombineerd met verwardheid (delier), de high tech-omgeving van de IC, alle medicatie, het verstoord slaapritme, de achteruitgang van spier- en zenuwfunctie, etc. bij elkaar de (rest)klachten na de IC kunnen veroorzaken.
Gelukkig blijven de hersenen, hoezeer ook kwetsbaar, wel ‘in beweging’; sommige dingen kan men trainen. Door kleine uitdagingen aan te gaan kan een patiënt weer kleine stapjes vooruit zetten. Met andere dingen kan men leren omgaan. Bijvoorbeeld door met lijstjes te werken, en door 1 ding tegelijk te doen waardoor men er dan wel met de volle aandacht bij is.

Kijk voor een zeer informatief filmpje waarin de uitwerking van stress op hersenfuncties (opslaan van herinneringen, concentratie, omgaan met spanning, etc.) wordt uitgelegd bij After the ICU.

Zie ook het artikel over het Post IC-syndroom


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*