Spier- en zenuwzwakte

Spierzwakte ontstaat o.a omdat een patiënt heel veel spiermassa kwijt raakt. Dat gebeurt wanneer je je spieren heel weinig gebruikt; dan gaat het spierverval erg hard. Bovendien verbruikt het lichaam bij ziekte-processen heel veel eiwitten. En eiwitten zitten in de spieren, dus gaat er in korte tijd veel spierkracht verloren. Spierverslappers (medicijnen die ervoor zorgen dat de patiënt de behandeling zoals de beademing, makkelijker ondergaat) doen er nog een schepje bovenop.
Ook zenuwzwakte kan in mindere of meerdere mate vóórkomen. De zenuwen krijgen, net als de spieren ook te maken met medicatie en weinig of geen beweging. Ze gaan slechter functioneren, vergelijk het met gewrichten die stijf worden als ze een tijd lang niet gebruikt worden. Daarnaast hebben ze last van ontstekings- en afvalstoffen in het bloed en van een slechtere doorbloeding en voeding.

De mate van spier-en zenuwzwakte hangt erg af van o.a. het volgende:

  • of er slaap-, pijn-, en spierverslappingsmedicatie toegediend wordt bij de behandeling, wat gebruikelijk is in het geval van kunstmatige beademing
  • of en hoelang de patiënt in een kunstmatige slaap of coma is (geweest)
  • wat er gedaan is/kon worden om de schade te beperken, zoals het vroeg in gang zetten van fysiotherapie
  • het soort en de ernst van de aandoening die de aanleiding was voor de opname
  • bijkomende ziekten/kwalen die het hele proces versterken of compliceren
  • overige medicatie die nodig was

Zeker wanneer de patiënt 1 week of langer aan de beademing heeft gelegen begint het functieverlies in spieren-en zenuwen al serieuze vormen aan te nemen. Maar gecombineerd met een ernstige sepsis bijv. kan het zich ook al eerder uiten. De spierzwakte herstelt zich over het algemeen volledig. De zenuwverstoring/zwakte kán zich helemaal herstellen maar kan ook restklachten geven. Daarom wordt ook steeds meer ingezien dat vroeg ingrijpen en de gevolgen beperken, heel belangrijk is. In medische termen wordt deze zwakte/verminderde functie van de zenuwen en spieren ‘Critical Illness Polyneuropathie’ genoemd (soms ook Critical Illness Polyneuromyopathie, waarbij myo staat voor de spieren die immers ook zijn aangedaan bij kritieke ziekte).

Voor sommigen betekent spier-en zenuwzwakte, na weken- of maandenlang aan de beademing te hebben gelegen ‘helemaal niets kunnen’ bij het wakker worden. Als-verlamd-zijn. Dat kan een enorme impact hebben: van de ene op de andere dag is de patiënt ziek geworden, en bij het ontwaken is hij tot niets in staat. In dat geval kan het optillen van een vinger in het begin al een stap vooruit zijn.
Met goede begeleiding en intensieve training kunnen spieren en zenuwen langzamerhand weer hun kracht herwinnen. Maar soms blijkt dat de coördinatie, de fijne motoriek of kracht zich niet meer helemaal herstellen. De invloed op het dagelijks leven kan dan groot zijn, ook al is er met aanpassingen nog veel mogelijk.
Feit is dat spier-en zenuwzwakte, als restklacht (voor kortere of langere tijd) in belangrijke mate hun stempel drukken op het herstel. Patiënten kunnen er na 3 dagen beademing al last van hebben. Het is ook vaak één van de oorzaken waarom een IC-opname langer duurt; door de verzwakking van de ademhalingsspieren is het afwennen van de beademing moeizaam.

Deze aandoening is dus niet slechts een kwestie van ‘vermoeidheid’ na ziekte. Fysiotherapie in het ziekenhuis maar ook voor thuis is echt belangrijk om te helpen met mobiliseren. Zijn de restklachten ernstig dan zal revalidatie (binnen een kliniek, poliklinisch of aan huis) in beeld komen, uiteraard in overleg met de behandelend arts dan wel (eenmaal thuis) met de huisarts.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*