Herinneringen

Wat patiënten van hun IC-verblijf hebben onthouden, verschilt enorm. Dat hangt grotendeels af van de mate waarin men in slaap gehouden is. Maar ook dan zijn er grote verschillen: de één heeft alleen wat flarden in zijn geheugen zitten, de ander weet tot in detail wat er op bepaalde dagdelen gebeurd is.

Veel, misschien wel alle, IC-patiënten hebben onder invloed van hun ziekte of de behandelingen (waaronder door de toegediende medicatie) verstoorde herinneringen.

Ze hebben rare, vaak beangstigende dromen gehad of hebben dingen gezien of gedacht die in werkelijkheid niet konden (hallucinaties of wanen). Deze ervaren verwarring wordt een delier genoemd. De meeste patiënten hebben een dergelijk delier gehad (één of meerdere periodes). Realiteit en fantasie gaan door elkaar heen. Achteraf lijkt het moeilijk te duiden wat echt is of niet. Dit kan opnieuw voor verwarring zorgen. Ook komt het voor dat patiënten een bijna-doodervaring hebben gehad, waarbij ze soms een uittreding uit het lichaam ervoeren. Sommige patiënten denken dat ze gek zijn, en zwijgen over deze ervaringen, uit angst voor reacties van anderen.

Omdat het na het IC-verblijf veel moeite kan kosten om te bedenken wat echt of niet echt is gebeurd, kunnen patiënten behoefte hebben hun IC-tijd te reconstrueren. Dit kan ook gewenst worden om (weer) grip te krijgen op het leven, of om de periode van vóór en ná de IC-tijd met elkaar te verbinden. Gesprekken met artsen en verpleegkundigen van de ‘eigen’ IC-afdeling kunnen hierbij helpen. Het opnieuw bezoeken van de afdeling of kamer is eveneens een mogelijkheid. Ook de inhoud van het medische dossier – dat opgevraagd kan worden – kan antwoord geven op vragen. In een aantal ziekenhuizen bestaan zogeheten nazorgpoli’s, waar de voornoemde mogelijkheden als vanzelf aan de orde komen. Is er geen poli, dan moet het initatief voor gesprekken of afdelingsbezoek vaak van de patiënten zelf komen. De ervaring wijst uit dat de meeste patiënten niet onmiddellijk in actie komen om hun IC-tijd te reconstreren. De meesten moeten daar naar toe groeien.

Tegenwoordig is het gangbaar dat aan de naasten van de patiënt wordt gevraagd een dagboek bij te houden en foto’s te maken. Dit dagboek en de eventuele foto’s kunnen ook helpen zicht te krijgen op wat er is gebeurd en het gat in het geheugen wat op te vullen.

Er zijn ook patiënten voor wie het IC-verblijf een dusdanig traumatische ervaring is dat ze helemaal niets willen weten over de periode. Het idee dat ze opnieuw naar hun afdeling of kamer gaan, om te kijken waar ze hebben gelegen, stoot hen af. Ze doen niets liever dan de IC-tijd vergeten.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*