Relaties en werk

Relatie met de partner, sexualiteit

Na het IC-verblijf is de verhouding tot je partner anders dan voorheen. De IC-periode is voor beide partijen een ingrijpende tijd geweest, maar de beleving daarvan is totaal anders. Het kan zijn dat de patiënt nauwelijks herinneringen heeft, terwijl de partner al die tijd een enorme angst, bezorgdheid en machteloosheid heeft gevoeld. Dat verschil in ervaringen kan afstand scheppen. Afstand die ook van invloed kan zijn op (de behoefte aan) intimiteit en seksualiteit.

Uit onderzoek is bekend dat een ernstige ziekteperiode ervoor kan zorgen dat er bij de patiënt minder behoefte is aan ‘de klassieke seks’, en meer aan knuffelen, elkaar vasthouden of massage. Vermoeidheid speelt daarbij uiteraard een grote rol. Het kan maanden duren, alvorens de wensen en behoeften van voorheen terugkomen. Het is voor het in stand houden van de relatie van groot belang dat er open gesproken kan worden over de behoeftes van beiden.

Op alle terreinen vergt het herstel na IC-opname veel van een relatie. Veranderingen in het gedrag van de patiënt (die zichzelf weer moet hervinden), verminderde stressbestendigheid over en weer alsmede de langdurigheid en grilligheid van deze fase, roepen veel spanningen op. Zie ook bij het thema veranderingen van rol. Een open communicatie hierover is belangrijk. Ook een gesprek met de nazorgverpleegkundige of huisarts of een andere vorm van ondersteuning kan helpen deze spanningen te signaleren en elkaar beter te (leren) begrijpen. Zie ook bij IC-nazorg draait om observeren en adviseren en bij ervaringsdeskundige begeleiding.

Gezin

De impact op de naasten kan groot zijn. De overrompeling en schrik maar ook het voortdurend balanceren tussen vrees en hoop missen hun uitwerking niet. De (jonge) kinderen in een gezin krijgen dit allemaal mee. Hoe ze ermee omgaan hangt af van hun leeftijd en hun karakter. Het ene kind schermt z’n emoties af voor de buitenwereld en/of voor zichzelf, het andere gaat er open mee om of reageert misschien met negatief gedrag. Het is een grote, plotselinge verandering voor het kind; pappa of mamma die ineens niet meer ‘benaderbaar’ is, niet de geborgenheid kan geven waar het kind juist in deze situatie zó naar op zoek is. Daardoor zal het kind extra gaan hangen aan de andere ouder of een ander familie-lid/vriend/goede bekende.

Opvang/aandacht van iemand buiten het gezin, bijvoorbeeld een familie-lid of buurvrouw waarbij het jonge kind zich echt vertrouwd voelt, is als aanvulling heel waardevol. Op bezoek gaan naar de IC is dat ook, mits goed voorbereid. Als er meerdere kinderen zijn, is het goed om elk kind één voor één mee naar binnen te nemen en daarna te vragen hoe het kind het vond. Goed is om duidelijk te maken dat het kind bij jou altijd terecht kan, zonder echter een gesprek op te dringen. School speelt hierin eveneens een belangrijke rol; als leerkrachten op de hoogte zijn kunnen ze eerder signalen oppikken.

Tijdens het herstel duurt de verandering in rol van de zieke vader of moeder voort. Jonge kinderen zullen moeilijk begrijpen dat de zieke pappa of mamma weliswaar thuis is, maar niet altijd beschikbaar is. Aan de andere kant zal het wennen zijn dat de herstellende ouder weer ‘mee gaat doen’ in de opvoeding. Kinderen kunnen zich dan op bepaalde manieren afreageren of om extra aandacht vragen. Wanneer dit de spankracht van de ouders te boven gaat, is het goed om ondersteuning in te roepen, zoals van het schoolmaatschappelijk werk. Het is niet vreemd als kinderen soms een verlate reactie vertonen; niet alles wat ze meemaken kunnen ze op datzelfde moment ook al bevatten.

Werk

Een belangrijk aspect bij het herstel is voor velen de terugkeer in het werk. Het werk kan een stimulerende omgeving zijn. Aan de andere kant is het een soort spiegel waarin de (ex-)patiënt zich geconfronteerd ziet met zijn beperkingen.
De eerste tijd is er vaak alle meeleven en dat kan als een warm bad voelen. Andere situaties zijn ook denkbaar, waarbij men zich de werknemer voelt die ‘eenzaam thuis aanmoddert’ of juist heel erg door de werkgever wordt opgejaagd.
Fijn als er in ieder geval een financiëel vangnet is, zoals een (door zzp-ers voor zichzelf af te sluiten) ziektewet/arbeidsongeschiktheids-uitkering.

Soms lukt het weer geheel te reïntegreren maar voor iedere ex-patiënt geldt eigenlijk dat dit met de nodige hobbels gaat. Het kan zijn dat er (pas) bij werkhervatting problemen opdoemen als gebrek aan overzicht of stress-bestendigheid, of moeite met multi-tasken. Regelmatig overleg met de leidinggevende (indien van toepassing) is belangrijk om de verwachtingen over en weer op elkaar af te stemmen.
Als de werknemer meer dan 1 à 1,5 jaar gedeeltelijk ziek is zal er een brief voor een eventuele WIA-aanvraag binnenkomen (WIA=Wet Inkomen en Arbeid). Werkgever en werknemer zullen samen moeten kijken of en hoe reïntegratie mogelijk is en welke aanpassingen evt. nodig zijn.

Reïntegreren is in alle opzichten een intensief proces; loslaten van het vertrouwde, het onder ogen zien van beperkingen, doorzetten met vallen en opstaan, afscheid van collega’s soms. Evenwel is er vaak een goede doorstart mogelijk of zoekt de ex-patiënt het in een nieuwe richting.
In een enkel geval (bij een eigen bedrijf) zijn er grote financiële zorgen. (Medisch) maatschappelijk werk kan dan helpen door de bomen het bos te blijven zien. Soms wacht totale arbeidsongeschiktheid en (wanneer loondienst aan de orde was) een IVA-uitkering. Het proces is vergelijkbaar, maar de uitkomst is in dat geval wel erg heftig. Natuurlijk gaat hier een tijd van proberen en worsteling aan vooraf. Voor sommigen betekent de uitkomst van zo’n proces dan toch een soort opluchting.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*