Hartstilstand, acuut hartfalen

Wie levensbedreigende (acute) hartproblemen heeft of ontwikkelt, moet dringend op de IC behandeld worden. In grotere ziekenhuizen is hiervoor meestal een aparte afdeling ingericht, een zgn. ‘Thorax-Intensive Care’ of een ‘CCU’(Cardiac Care Unit) die ondergebracht is bij de Intensive Care. In kleinere ziekenhuizen komt de patiënt op de algemene IC terecht.

Niemand hoeft de naasten uit te leggen dat het ‘erop of eronder’ is; als het om het hart gaat weet iedereen dat het leven op het spel staat. Dát is al moeilijk, maar wat het nóg moeilijker maakt is het afwachten: na een hartstilstand en daaropvolgende reanimatie bijvoorbeeld, kan de patiënt redelijk snel weer aanspreekbaar óf in coma zijn. En in het laatste geval moet je als naaste nog afwachten hoe je dierbare er uit te voorschijn komt. De patiënt wordt dan vrijwel altijd beademd.

Hieronder gaan we nader op de verschillende vormen van acuut hartfalen (en hun oorzaken) in, te beginnen met de hartstilstand.

Bij onderstaande informatie is gebruik gemaakt van:

Hartstilstand

De meest acute vorm van hartfalen is wel die waarbij de pompfunctie van het hart acuut stopt; er treedt dan een circulatie-stilstand op, in de volksmond beter bekend als een hartstilstand. Deze situatie is niet met het leven verenigbaar en roept om onmiddellijke behandeling; zonder reanimatie treedt de dood in.
Dit kan optreden bij

  • een hartinfarct waarbij hartritme-stoornissen ontstaan, maar ook door
  • hartritmestoornissen door andere oorzaken

Iets minder acuut maar wel levensbedreigend is het acuut hartfalen dat ontstaat doordat reeds langer bestaande hartklachten (snel) in ernst toenemen (het hart kan de problemen niet meer opvangen), er een complicatie bij komt (met een overbelasting van het hart als gevolg) of er zich (zonder een bestaande hartziekte) een ernstige aandoening of trauma voordoet waardoor het hart wordt overvraagd of beschadigd.

Voor meer informatie hierover kunt u onderstaande 3 items open- en dichtklikken:

Wat is het/waardoor ontstaat het/wat gaat er mis in het lichaam?
Vaak staat het hart niet echt stil, maar maakt trilbewegingen (fibrilleren). Er is iets mis met de bloed (=zuurstof)voorziening of de prikkelgeleiding, waardoor het hart niet meer samentrekt en dus niet meer pompt: de bloedsomloop komt stil te staan.
Ook al gebeurt dit plotseling, toch blijkt er ook in zo’n geval vaak een (langer bestaande) hartziekte in het spel te zijn. De signalen (zoals het dichtslibben van de kransslagaders) kunnen echter lang verborgen blijven. Hartziekten die een hartstilstand kunnen veroorzaken zijn: hartinfarct, hartspierziekte, ontsteking van het hart, ernstige hartklep-aandoeningen, ernstig hartfalen en erfelijke afwijkingen in het hartritme.

Het komt voor dat iemand een hartstilstand krijgt zonder dat er eerder ooit (hart)klachten waren. Een hartstilstand kan ook komen door een ademhalingsstilstand (zoals bij verdrinking), een electriciteits-ongeval (waarbij een stroomstoot het hart ‘lam’ legt) of een trauma waarbij heel veel bloedverlies optreedt of het hart direct beschadigd raakt.

Bij een harttamponade (door een acute ontsteking of beschadiging of soms door schildklierafwijkingen) hoopt zich snel vocht op in het hartzakje (een vliesachtig zakje dat het hart omsluit). Dit vocht drukt het hart samen, zodat de in- en uitstroming van het bloed erg bemoeilijkt wordt. Ook hierdoor kan een hartstilstand optreden.

Als er geen bloedsomloop is, is er ook geen zuurstoftransport meer. Het lichaam kan niet zonder zuurstof. Als gevolg hiervan stopt de ademhaling van de patiënt ook, en verliest hij/zij het bewustzijn.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Hoe wordt het vastgesteld/wat valt er tegen te doen?
Onderzoek: het ontbreken van de polsslag, zeker die in de hals, is dé belangrijke aanwijzing voor een hartstilstand. Na reanimatie zal verder onderzoek gedaan worden naar de precieze oorzaak van de hartstilstand. Gaat het om hartproblemen dan zal door echo van het hart, (druk)metingen in de grote bloedvaten, röntgenfoto’s (van de borst en via hartcatheterisatie) en evt. een CT-scan gekeken worden hoe het hart functioneert en waar het eventueel hapert.
Is er een vermoeden op andere aandoeningen dan zal ook hiernaar gericht onderzoek gedaan moeten worden.
Behandeling: daarbij gaat het in eerste instantie om:

  • Op gang helpen van de bloedsomloop/het herstellen van de zuurstofvoorziening. Omdat het hart niet uit zichzelf klopt zal dit moeten gebeuren (binnen 6 min.) d.m.v. reanimatie: mond-op-mond beademing (op de Intensive Care: eerst beademing met de ballon, daarna met de machine) en hartmassage. Zo kunnen de bloedsomloop en de zuurstofvoorziening kunstmatig op gang gehouden worden.
  • Herstellen van het hartritme zodat het hart weer gaat samentrekken (=pompen). Bij defibrillatie wordt een elektrische schok aan het hart toegediend met behulp van twee harde platen (1 aan de rechterkant onder het sleutelbeen en 1 aan de linker borstzijkant), om het normale hartritme te herstellen.

De verdere behandeling bestaat uit:

  • Beperken van de gevolgen. Door het ontbreken van bloedtoevoer kunnen organen namelijk beschadigd zijn geraakt. Deze schade kan voor een deel herstellen, voor een deel niet. Dat is in deze fase nog niet te voorspellen. De hersenen lijden echter het snelst onder zuurstoftekort. Een reactie van de hersenen hierop is dat ze kunnen gaan zwellen. Deze reactie is de eerste 24 uur het heftigst. Dit is erg gevaarlijk en kan de schade aan de hersenen verergeren.
    Tegenwoordig behandelt men dit, afhankelijk van de oorzaak van de hartstilstand, door toepassing van hypothermie (=koeling). Voor een afbeelding hiervan klik hier (opent in een nieuw tabblad).

    Koeling remt de ontstekingsreactie/zwelling, maar het remt ook bepaalde reacties tussen chemische stoffen in de hersenen. Een andere gunstige uitwerking is dat de stofwisseling op een lager pitje komt, waardoor de hersenen en de andere organen minder zuurstof gebruiken. Het koelen gebeurt met koeldekens, koelmatrassen, ijspakkingen, natte doeken,ventilatoren en koelhelmen, gedurende de eerste 24 uur. De lichaamstemperatuur wordt hierbij teruggebracht tot een temperatuur van 32 à 34 graden Celsius. Tijdens het koelen wordt de patiënt slapende gehouden. Als hij gaat rillen, wordt medicatie gegeven om dit te onderdrukken, zodat het lichaam door het rillen niet weer opwarmt. Wanneer de periode van 24 uur voorbij is, wordt het koelen gestopt en kan het lichaam vanzelf weer langzaam opwarmen.

  • Behandelen van de oorzaak van de hartstilstand.
    Bij (chronische) hart(spier)ziekten gebeurt dit door het hart te ondersteunen. Dat kan bijv. met medicijnen die vocht afdrijven, de bloeddruk omlaag of juist omhoog brengen of het ritme van het hart aanpassen (afhankelijk van het type hartfalen). In geval van ontsteking zal antibiotica gegeven worden. En in geval van afgesloten kransslagaders zal zo snel mogelijk gedotterd en een stent (‘inwendige steunkous’ in het bloedvat) geplaatst, of (gelijk of in een later stadium) een bypass-operatie uitgevoerd worden. Bij dit laatste worden omleidingen gelegd om de verstopping heen. In geval van een harttamponade zal het hartzakje aangeprikt moeten worden om het hart weer de ruimte geven. Komt dit voor na een hartoperatie dan wordt de patiënt soms weer opnieuw geopereerd.

Daarnaast zal in indien nodig ondersteuning worden gegeven aan de ademhaling en evt. andere organen die te lijden hebben (gehad) van een tekort aan bloed (zoals de nieren).

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Mogelijke complicaties/restklachten/aandachtspunten.
De mogelijke complicaties hangen af van het succes van de aanvankelijke reanimatie, bijvoorbeeld: hoe snel men begon met reanimeren, hoe snel het normale hartritme kon worden hersteld, etc. Maar veel hangt ook af van de verdere lichamelijke conditie van de patiënt en de oorzaken van de hartstilstand. Liggen die in het hart dan zullen de restklachten voor een groot deel daar aan toe te schrijven zijn.

  • Complicaties aan het hart na een infarct.
    Is er sprake van een groot hartinfarct dan is er bijv. een risico van (ernstig) hartfalen, hartritmestoornissen of andere schade aan het hart. De eerste paar dagen zijn in dit verband cruciaal, tot en met de eerste 6 maanden. Er zal in het ziekenhuis al begonnen worden met bloedverdunningsmedicijnen om stolselvorming te voorkomen.
  • Complicaties aan het hart na andere aandoeningen.
    Andere aandoeningen van het hart (zoals een ontsteking) kunnen na de hartstilstand ook ernstige blijvende klachten met zich meebrengen (die zich o.a. uiten in vermoeidheid, kortademigheid en vocht vasthouden), maar dit hoeft niet.
    Mocht dit het geval zijn dan zal geprobeerd worden door medicatie, leefstijladviezen, zonodig dieet, en training onder begeleiding (zoals hartrevalidatie), de klachten zoveel mogelijk te verminderen of beter hanteerbaar te maken.

Ook zijn andere complicaties mogelijk, bijvoorbeeld door een bijkomende infectie (zoals een longontsteking) of een herseninfarct door het losschieten van stolsels na een hartstilstand. Als gevolg van de reanimatie is een zgn. pneumothorax mogelijk (waarbij een rib de long heeft aangeprikt). Zie bij ‘Pneumothorax’.
Ook is er kans op schade aan de hersenen, a.g.v. (tijdelijk) zuurstoftekort. In dat geval wordt gesproken van neurologische schade.
In het ergste geval (maar dat kun je van te voren niet zeggen) zal de patiënt nooit meer wakker worden, in coma blijven en misschien overlijden. In het beste geval wordt hij/zij wakker, is er nauwelijks of geen schade aan de hersenen opgetreden en is er zicht op een normaal verder functioneren. Alles daar tussenin is ook mogelijk. Om een en ander nader vast te stellen zal er neurologisch onderzoek worden gedaan.

Als de patiënt herstellende is van een hartstilstand is het overwinnen van de angst een zeer belangrijk aandachtspunt. Daarom is het volgen van hartrevalidatie van groot belang. Ook om de resterende lichaams- en hersenfuncties te trainen. Natuurlijk is de begeleiding van de naasten ook van groot belang. Zij hebben veel te verwerken, en krijgen te maken met veranderingen in kunnen en gedrag van hun dierbare.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.

Acuut hartfalen door andere oorzaken

Bij acuut hartfalen is er sprake van acute kortademigheid in rust, in de aanwezigheid van de verschijnselen van hartfalen. Er is meestal een hoorbare, reutelende ademhaling, een klamme, koude huid en de patiënt transpireert sterk en is angstig.
Acuut hartfalen kan ontstaan door afwijkingen als:

Verminderde hartspierfunctie:

  • Endocarditis, myocarditis (ontsteking van de binnenbekleding van het hart, resp. de hartspier),
  • Hartinfarct (afhankelijk van de grootte van het infarct),
  • Cardiomyopathie (ziekte van de hartspier).

Verminderde pompfunctie:

  • Hartklepafwijkingen,
  • Ritmestoornissen (als boezemfibrilleren bijv.).

Of oorzaken buiten het hart:

  • Hypertensieve crisis (ernstige verhoging van de bloeddruk),
  • Sepsis,
  • Ernstige bloedarmoede.

Dit zijn tevens, wanneer ze in ernstige mate voorkomen, uitlokkende factoren voor een hartstilstand.

Voor meer informatie hierover kunt u onderstaande 3 items open- en dichtklikken:

Wat is het/waardoor ontstaat het/wat gaat er mis in het lichaam?
Onder gewone omstandigheden wordt er door het hart een normale hoeveelheid bloed per minuut uitgepompt, aangepast aan de behoefte van het lichaam. Heel anders wordt het als de hartspier ziek is, het hart zal dan onvoldoende doorpompen omdat het er eenvoudigweg geen kracht voor heeft. Dan hoopt het bloed zich als het ware op en dat verhoogt de druk in de aders vóór het hart. Aan de andere kant pompt het hart veel te weinig bloed uit, waardoor de bloedvoorziening in het hele lichaam slecht is.
Hartfalen ontstaat niet alleen bij een zieke hartspier, maar ook als het hart te zwaar wordt belast. Een tijdje zal het tekortschieten van het hart nog worden gecompenseerd. Maar op een gegeven moment is de rek eruit. Bij acuut hartfalen zijn de verschijnselen levensbedreigend geworden en is opname op de Intensive Care of CCU noodzakelijk.
Als zich vocht ophoopt bij of in de longen en het lichaam te weinig zuurstof krijgt en/of in shock raakt, is dringend ondersteuning nodig.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Hoe wordt het vastgesteld/wat valt er tegen te doen?
Onderzoek: de symptomen en voorgeschiedenis van de patient zijn vaak al een belangrijke aanwijzing. Vervolgens wordt aan de hand van een ECG (=hartfilm), laboratoriumonderzoek en een thoraxfoto (=röntenfoto van de longen), vastgesteld of en in welke mate het hart afwijkend functioneert. Vervolgens wordt de hartfunctie verder beoordeeld door een echo van het hart te maken. Ook zal nader onderzoek volgen in de vorm van angiografie (=onderzoek van de bloedvaten met contraststof) en registratie met een monitor. Voor het laatste worden dunne katheters in de grote (slag)aders en bij het hart gebracht om verschillende waarden te meten. Is er reden om aan te nemen dat de kransslagaders niet goed functioneren dan zal coronair-angiografie plaatsvinden (het zichtbaar maken van de kransslagaders).
Eventuele bijkomende andere afwijkingen, bijvoorbeeld bloedarmoede, infecties, diabetes, long- of nierziekte moeten ook worden onderzocht.
Hoe het hart reageert hangt af van de oorzaak van het hartfalen en/of er bepaalde aandoeningen in de voorgeschiedenis zijn.

Behandeling: die is afhankelijk van alle bovenstaande onderzoeken en informatie.
Doel is in ieder geval de klachten te verminderen en de vooruitzichten te verbeteren.
De volgende acties kunnen worden ingezet, afhankelijk van de aard van het hartfalen:

  • de zuurstofvoorziening verbeteren door een zuurstofmasker of zo nodig beademing
  • het via een bloedvat toedienen van een vochtafdrijver (=plasmedicatie)
  • het verwijden van de bloedvaten, indien nodig, door medicijnen
  • ondersteuning van de hartspier en de bloedvaten met medicijnen wanneer de slagkracht van het hart ernstig is afgenomen en/of bij een lage bloeddruk
  • het normaliseren van het hartritme middels medicijnen, een externe pace-maker of cardioversie (het toedienen van een electrische schok, vergelijk met defibrillator)
  • vochttoediening per infuus bij verdenking op ondervulling (bijv. door een bloeding)
  • het zoveel mogelijk in balans houden van de stofwisseling
  • het behandelen van de oorzaak/het trauma en de extra complicaties. Nierdialyse kan nodig zijn. Evenals bijv. antibiotica of longmedicatie in geval van ontsteking of een onderliggende longaandoening
  • Wanneer er onvoldoende reactie is op de medicijnen kan aanvullende therapie nodig zijn door middel van een intra-aortale ballonpomp. Dit is een katheter met aan het eind een lange ballon die in de aorta gebracht wordt, vlakbij het hart. Verbonden met een pomp wordt het hart ondersteund, bijvoorbeeld om de periode tot een operatie te overbruggen.

Intra-aortale-ballonpomp-150

  • In geval van vernauwde kransslagaderen of andere hartafwijkingen kan een operatie nodig zijn, zoals het plaatsen van een stent = buisje om het bloedvat open te houden, of een nieuwe klep. Soms is het hart zo ernstig aangetast dat bekeken wordt of de patiënt in aanmerking komt voor een harttransplantatie
  • medicijnen en andere zorg kunnen worden gegeven als er een chronisch hartfalen overblijft

Hiernaast is ook bestrijding van de pijn en het verminderen van angst en spanning belangrijk.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Mogelijke complicaties/restklachten/aandachtspunten.
Wanneer de oorzaak van het hartfalen in een hartziekte gelegen is, bestaat er kans op restklachten door een verminderd functioneren van het hart. Was er al een (sluipende)hartziekte in de voorgeschiedenis dan kan het hartfalen van een acute vorm overgaan in een chronische. Dit vraagt om goede beleiding in de zin van medicatie, leefregels, en evt. dieet. Bij gebruik van bloedverdunners is oplettendheid geboden met het oog op verlengde bloedingsneiging (bij verwonding e.d.).
Als de situatie weer stabiel is, kan de patiënt onder begeleiding zijn conditie proberen te verbeteren door training en/of hartrevalidatie. Als sprake was van hartritmestoornissen zal er misschien in een later stadium alsnog een inwendige pace-maker geïmplanteerd moeten worden. Soms wordt een ICD (een inwendige defibrillator) geplaatst bij chronische hartpatiënten of na een reanimatie. In het geval van een ernstig klep-gebrek zal misschien later een operatie moeten worden overwogen.
Afgezien van de oorzaken van het acute hartfalen, kunnen de ligduur en behandeling op de IC ook restklachten geven (zie bij ‘Na de IC’, link).
Ook herstel van een trauma, sepsis of ernstige infectie kost tijd en zal nog lang vermoeidheid en specifieke klachten (afhankelijk van aard en plaats) met zich mee kunnen brengen.
Is de oorzaak van het hartfalen niet in het hart gelegen dan kan er vaak (volledig) herstel van het hart plaatsvinden. In bepaalde gevallen, zoals bij chronische (long)aandoeningen blijft echter overbelasting op de loer liggen.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.

2 thoughts on “Hartstilstand, acuut hartfalen

  1. Kees Coebergh
    Vraag: in de keten van overleven van de NRR staat dat een patient na reanimatie buiten het ziekenhuis , in het ziekenhuis soms onderkoeld wordt. Medische studenten, die ik , arts en docent instructeur NRR, heb opgeleid tot instructeur BLS/AED instructeur, vertelden mij dat men begint terug te komen van het onderkoelen van deze patienten op de IC’s. Klopt dit en weet u ook waarom? Bij voorbaat dank voor uw antwoord Groeten, Kees Coebergh, arts
    Reply
    1. Jacqueline Vet
      Koelen van pt na reanimatie is sinds 2014 afgeschaft na publicatie van het artikel van Niklas Nielsen in N Engl J Med 2013. Zie ook deze samenvatting uit medisch contact van Sophie Broersen: Na een hartstilstand is het niet nodig om patiënten tot 33 graden te koelen. Koelen tot 36 graden is net zo effectief. Dit stellen Niklas Nielsen e.a. in de New England Journal of Medicine op basis van een internationaal multicenteronderzoek. © Thinkstock De onderzoekers includeerden 950 patiënten die op de ic terechtkwamen na een hartstilstand die buiten het ziekenhuis was ontstaan. Bij hen werden twee koelstrategieën vergeleken. De koudste aanpak had geen voordeel boven de 36-gradenaanpak als het ging om mortaliteit of neurologische uitkomst. Eerder onderzoek liet zien dat koelen tot 32-34 graden het neurologisch functioneren en de mortaliteit wel positief beïnvloedde. Commentatoren Jon Rittenberger en Clifton Callaway noemen een aantal redenen die kunnen verklaren waarom deze nieuwe resultaten zo afwijken. Zo werd in de oude studies koelen vergeleken met niet koelen. In de nieuwe trial is daar geen sprake van: er is bij alle patiënten voor gezorgd dat de temperatuur niet opliep. Daarnaast is de ic-zorg voor patiënten die een hartstilstand hebben overleefd sowieso fors verbeterd, waardoor de te behalen winst kleiner werd. Sophie Broersen
      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*