Neurologische aandoeningen

Op de intensive care afdeling zie je patiënten met een grote verscheidenheid aan neurologische aandoeningen. Bijvoorbeeld mensen met een hersentrauma, (complicaties bij) hersentumoren, bloedingen of infarcten, infecties, epilepsie of veranderingen die optreden bij patiënten in kritieke toestand. In academische ziekenhuizen is hiervoor meestal een aparte ‘neuro-Intensive Care’ ingericht, waar ook mensen verblijven na een ingrijpende operatie aan hersenen of ruggemerg.
De impact op de hersenfunctie ten gevolge van andere aandoeningen zoals ernstige hart- en longziekten, kan ook groot zijn.

De neurologische aandoeningen zijn in te delen in ziekten/stoornissen van:

  • Centrale zenuwstelsel
  • Ruggemerg
  • Zenuwen

We beperken ons hier tot twee veel voorkomende belangrijke aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en een ziekte waarbij zenuwen over het hele lichaam kunnen zijn aangedaan. Ook kunnen aandoeningen van het ruggemerg heel ingrijpend zijn, bijvoorbeeld na een trauma, dit laten we hier buiten beschouwing.

Van de veel voorkomende aandoeningen van het centrale zenuwstelsel behandelen we hier:

  • het CerebroVasculair Accident (CVA, in de volksmond ‘beroerte’ genoemd)
  • het hersentrauma

Natuurlijk zijn er nog meer ziekten en aandoeningen van de hersenen waarvoor (soms) opname op de Intensive Care noodzakelijk is. Ook infecties en tumoren vallen hier onder. Zie hiervoor o.a. de volgende links:

Ook kunnen de hersenen beschadigd worden door vergiftiging, of (als gevolg van het zuurstoftekort) door verstikking of verdrinking. Zie ook www.verdrinking.nl.
Door ziekte, ziek-makende stoffen of zuurstoftekort kan de patiënt in coma raken.
Hier staat meer over te lezen bij de behandeling en restklachten van het CVA (bloeding of infarct).

Daarnaast behandelen we in het kort het Guillain Barré-syndroom, een aandoening van de zenuwen.

De belangrijkste reden om een patient met een aandoening van het centrale zenuwstelsel op te nemen op de IC is het voorkómen van secundaire hersenschade. Het ondersteunen c.q. overnemen van vitale functies neemt hier een belangrijke plaats in.

In onderstaande informatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

Cerebrovasculair accident (afgekort CVA = BEROERTE)

Patiënten met een ernstige beroerte bij wie vitale functies bedreigd zijn worden soms op de IC opgenomen. Het kan echter ook zijn dat ze op een speciale ‘stroke-unit’(stroke is engels voor beroerte) of medium care terecht komen, met uitzondering van patienten die aan de beademing moeten. Op een stroke-unit/medium care wordt de diagnostiek versneld uitgevoerd en de behandeling en training met spoed ingezet in de acute of sub-acute fase van de hersenbloeding of het herseninfarct. Hiermee probeert men de schade zoveel mogelijk te beperken en nieuwe infarcten te voorkomen. Op deze manier wordt dus ook ‘intensieve zorg’ gegeven.Veel ziekenhuizen beschikken tegenwoordig over een dergelijke stroke-unit.

Voor meer informatie hierover kunt u onderstaande 3 items open- en dichtklikken:

Wat is het/waardoor ontstaat het/wat gaat er mis in het lichaam?
Een cerebrovasculair accident (cerebro = m.b.t. de hersenen, vasa betekent vaten) ontstaat door een stolsel, embolie of bloeding in de bloedvaten van de hersenen. Als de bloedtoevoer enkele seconden of minuten verstoord is (geweest), kunnen er verschillende verschijnselen optreden die afhangen van de plek en het soort aandoening. De meest voorkomende oorzaak is te weinig bloedtoevoer via een slagader. Dit kan komen door:

  • Aderverkalking. Dan vormen zich vet-afzettingen in de binnenbekleding van de slagaders, wat resulteert in de vorming van plaques (oppervlakkige verdikkingen). Als er zich dan een bloedstolsel (trombus) ontwikkelt op een plaats in de slagader die al vernauwd is door een plaque, kan dit de bloedstroom blokkeren: hersentrombose.
  • Hersenembolie. Dit treedt op als een stukje van een plaque of een bloedstolsel losraakt en wordt meegevoerd met de bloedstroom, totdat het op een bepaalde plaats blijft steken en een bloedvat afsluit. Het losgeraakte stukje plaque of stolsel wordt een embolus genoemd en kan afkomstig zijn uit een ander bloedvat of uit het hart.

Het hersenweefsel dat door deze slagader van bloed moet worden voorzien, loopt hierdoor schade op en kan afsterven; dit heet een infarct. Afhankelijk van de plaats en grootte van het infarct kunnen belangrijke functies gevaar lopen, zoals regeling van de bloeddruk en ademhaling wat opname op de IC noodzakelijk maakt.
Dit geldt ook voor een minder vaak voorkomende vorm van beroerte, de hersenbloeding. Dit treedt op als er bloed uit een slagader in de hersenen lekt. Dit kan verdrukking, verplaatsing en afsterving van hersenweefsel veroorzaken. Vormen van hersenbloeding zijn:

  • De ‘Subarachnoïdale bloeding’ als de bloeding optreedt in de ruimte tussen de hersenen en de schedel. Vaak komt dit door het barsten van een zwakke plek in een slagader, ook wel een aneurysma genoemd. Als een dieper in de hersenen gelegen aneurysma scheurt, wordt dat een zogenaamde intracerebrale bloeding genoemd.
  • Bloedingen a.g.v. misvorming. Hierbij ontwikkelt zich tussen de aders en de slagaders een kluwen van abnormale bloedvaten. Deze wijde, dunwandige bloedvaten geven meestal bloedingen in de subarachnoïdale ruimte (zie boven). Soms gaan deze bloedingen gepaard met epileptische aanvallen.’ Deze aandoening is vaak familiair.

Naar schatting treedt 70 procent van alle beroerten (=hersenbloeding en herseninfarct) op bij mensen met hoge bloeddruk. Sommige hartziekten, zoals onregelmatige hartslag, hartklepafwijkingen of een recent hartinfarct vergroten de kans op een beroerte, omdat hierbij bloedstolsels vanuit het hart naar de grote slagaders van de hersenen kunnen gaan. Roken, suikerziekte en een hoog cholesterolgehalte vormen ook een risico. Ook kunnen bloedingen en stolsels optreden a.g.v. een hersentrauma na een ongeval.
Als opname op de IC plaatsvindt is de patiënt vaak verward, niet meer aanspreekbaar of niet meer in staat tot communicatie. Ernstig is het wanneer de patiënt in coma is geraakt.
De klachten en verschijselen die vaak voorafgaan aan een beroerte zijn: plotseling optredend doof gevoel, krachtsverlies of verlamming van gezicht, arm of been, niet kunnen spreken of moeite hebben met praten, of het niet begrijpen van wat er gezegd wordt, opeens wazig, dubbel of slechter zien of blindheid aan een oog, duizeligheid, evenwichts- of coördinatiestoornissen, moeite met slikken en/of plotseling optredende, ernstige hoofdpijn zonder aanwijsbare oorzaak.
Dit alles kan sluipend ontstaan (bij een hersentrombose) waarbij sommige klachten zich al een of twee dagen van te voren aankondigen, maar ook heel plotseling zoals bij een bloeding waarbij de patiënt soms iets voelt ‘knappen’ in zijn hoofd.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Hoe wordt het vastgesteld/wat valt er tegen te doen?
Onderzoek: aan de hand van lichamelijk onderzoek en een speciaal soort ‘checklist’ (de Glasgow Coma schaal) worden verlammingen, reflexen en reacties van de patient nagegaan. In de acute fase is een CT-scan van de hersenen nodig. De CT-scan zal in deze fase een infarct niet kunnen aantonen, maar dient om een hersenbloeding uit te sluiten, wat weer van belang is voor de te volgen behandeling. Ook een aneurysma (=een lokale uitzetting van een slagader) die een bloeding tot gevolg had, kan zo opgespoord worden. Soms zal op dit onderzoek een MRI-scan volgen.
Het kan tevens, in geval van een bloeding, nodig zijn om aanvullend een ruggenprik (lumbaalpunctie) te doen en/of een vaatonderzoek van de hersenvaten.

Als men een stolsel vermoedt als boosdoener, zal ook een onderzoek van de halsslagaders (ook hier vandaan kan een stolsel losschieten) uitgevoerd worden, een zgn. duplex-onderzoek.
Op de boven genoemde manieren probeert men de mogelijke oorzaken te achterhalen, waarbij ook gegevens over een eerder doorgemaakte trombose, een hoge bloeddruk of hartritmestoornissen, worden nagetrokken. Dit is ook de reden van monitorbewaking (continue controle van bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur) en onderzoek naar laboratoriumwaarden.

Behandeling: is de oorzaak een bloedstolsel (trombus of embolie) dan vraagt dit om stollingswerende (=bloedverdunnende) medicijnen. Hier zal zo snel mogelijk (liefst binnen 3 uur) mee begonnen worden. Is de oorzaak een bloeding dan vraagt dit om andere maatregelen zoals bloeddrukverlagende medicijnen.
Sommige bloedingen kunnen operatief ingrijpen vereisen.
In geval van een aneurysma (=verwijding door een zwakke plek) zal alleen de afsluiting van de uitstulping met een klemmetje (of eventueel een z.g. coil, zie verderop) een volgende bloeding definitief kunnen voorkomen. In principe zal geprobeerd worden zo vroeg mogelijk te opereren. Maar er moet ook rekening worden gehouden met de tijd na de bloeding, de algemene toestand van de patiënt, de plaats en grootte van het aneurysma en dergelijke.
In geval van een infarct door vernauwing van een halsslagader kan operatie soms ook uitkomst bieden.

Is de ademhaling ernstig ontregeld dan zal de patient met mechanische ondersteuning beademd worden. Dit kan vooral het geval zijn wanneer de hersenstam is aangedaan of in de verdrukking komt, want op die plek zit de regeling van ademhaling en hartslag. De mate van bewustzijnsdaling, verwardheid en reageren van de patient zullen goed in de gaten worden gehouden. Is de patient erg onrustig dan zal (zeker in geval van beademing) rustgevende/slaap medicatie worden toegediend. Pieken in de hartslag of bloeddruk moeten namelijk zoveel mogelijk worden vermeden om nieuwe bloedingen of infarcten te voorkomen. Ook moet daarom gezorgd worden voor goede pijnbestrijding ( pijn treedt op door verhoging van de druk in de schedel). (Hart)medicatie is nodig wanneer er sprake is van afwijkingen in de hartfunctie of de bloeddruk. Onderliggende of bijkomende problemen zoals bloedafwijkingen of longklachten zullen ook behandeld moeten worden.

Om de schade aan hersenfuncties na een infarct of bloeding zoveel mogelijk te beperken wordt zo snel mogelijk met revalidatie gestart. Dit alles hangt natuurlijk wel af van de conditie van de patient en de eventuele complicaties bij het ziektebeeld. Een diep coma en eventuele beademing van de patient zullen alleen het minimale toelaten, zoals passieve oefeningen door een fysiotherapeut. Verdere revalidatie geschiedt in overleg met de revalidatie-arts en fysiotherapeut.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Mogelijke complicaties/restklachten/aandachtspunten.
Het resultaat van een coma is afhankelijk van de oorzaak en de plek (in de hersenen), de hevigheid en de neurologische schade. Het resultaat kan dan ook variëren van volledig herstel tot het ergste scenario: de dood. Patiënten kunnen ontwaken uit een coma met een combinatie van lichamelijke, intellectuele en psychische problemen (zie onder). Herstel ontwikkelt zich vaak geleidelijk, waarbij patiënten steeds meer reageren op hun omgeving. Sommige patiënten komen niet verder dan wat reflexen, anderen zullen uiteindelijk een volledig bewustzijn herstellen. Dit herstel wordt aangegeven in de Glasgow Coma Scale (GCS): De GCS loopt van 3 tot 15, waarbij de patiënt op drie onderdelen beoordeeld wordt: Eye opening response (reactie door opening van de ogen), Motor response (motorische reactie) en Verbal response (spraak).15 staat voor volledig normaal bewustzijn en 3 voor het totaal ontbreken daarvan (diep coma).
De restgevolgen van een CVA kunnen veel omvattend zijn: halfzijdige verlamming en gevoelsstoornissen, maar ook minder zichtbare gevolgen zoals concentratie-, geheugen- denk- en spraakstoornissen of veranderingen in gedrag en gevoelsleven. Zie ook de website www.cva-vereniging.nl. Als de patient gaat starten met een revalidatie-programma zullen zowel de lichamelijke als neuro-psychologische beperkingen en restmogelijkheden aandacht krijgen. De verpleging van een CVA – patiënt is niet in een enkel protocol of handleiding te omschrijven. Dit komt omdat de ernst van de bloeding of het infarct sterk afhankelijk is van de grootte en de plaats. Tegenwoordig hanteert men in veel ziekenhuizen en andere instellingen vaak de NDT – aanpak. NDT staat voor Neurological Development Treatment. De gedachtegang hierachter is dat je zo snel en veel mogelijk de aangedane kant stimuleert om daardoor tot een zo groot mogelijk functieherstel te komen. Dit komt doordat je van buitenaf de bedreigde cellen rondom het trauma stimuleert om weer hun functie te hervatten en soms zelfs om de functie van de kapotte cellen over te nemen.
Een coma duurt zelden langer dan vier tot zes weken. Dan ontwaakt de patiënt of verergert zijn toestand. Dit is anders bij mensen die in een vegetatieve staat verkeren. Hun toestand kan jaren aanhouden. Vegetatieve patiënten zijn – anders dan bij een coma – wel wakker, maar zijn zich net als bij een coma niet bewust van zichzelf of hun omgeving. De hersenen van vegetatieve mensen reageren nog op sommige uitwendige prikkels, zoals een prik in de hand of geluid, maar alleen de primaire zintuiglijke hersendelen reageren. Net als bij een coma is er geen verbinding meer naar hersendelen van ‘hogere orde’ die bewuste associaties kunnen maken.
Wanneer, zoals bij een aneurysma of bloedstolsel, operatie een mogelijkheid is, dan zullen de risico’s daarvan afgewogen moeten worden tegen die van niet opereren. Belangrijk zijn na een vaataccident de leefregels zoals (indien van toepassing): afvallen, stoppen met roken, gezondere voeding, regelmatiger lichaamsbeweging en matig met alcoholgebruik.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.

Hersentrauma’s

Een hersentrauma is een beschadiging van een deel van de hersenen, door geweld van buitenaf. Hersentrauma treedt vaak op na een ongeval. Schedel- en hersentrauma’s komen zeer frequent voor. In Nederland is traumatisch hersenletsel de voornaamste doodsoorzaak bij jongvolwassenen.

Voor meer informatie hierover kunt u onderstaande 3 items open- en dichtklikken:

Wat is het/waardoor ontstaat het/wat gaat er mis in het lichaam?
Je spreekt van een hersentrauma wanneer de hersenen door een ongeval of geweld van buitenaf schade hebben opgelopen. Daarbij is het belangrijk om te weten of het gaat om een zogenaamd ‘hoog- energetisch trauma’ (d.w.z. met veel snelheid/impact) of om een ‘laag- energetisch trauma’. Bij een hoog- energetisch trauma kunnen namelijk t.g.v. de abrupte overgang van “hoge” snelheid naar stilstand verschillende letsels optreden (fracturen, bloeding, kneuzing en daardoor veel zwelling). Door de enorme kracht van het ongeval kunnen er ook elders in het lichaam beschadigingen zijn.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Hoe wordt het vastgesteld/wat valt er tegen te doen?
We kennen de volgende vormen van hersentrauma:

  • Epidurale bloeding
  • Subdurale bloeding
  • Intracerebrale bloeding
  • Commotio / Contusio (hersenschudding/kneuzing)
  • Schedelfractuur
  • Schedelbasisfractuur

Afhankelijk van het soort letsel zal chirurgisch ingrijpen en/of behandeling met medicijnen volgen. Verder zijn rust en een prikkelarme omgeving van belang.

Epidurale bloeding

Slagaderlijke bloeding tussen het harde hersenvlies en de schedel. Omdat het een slagader is verloopt de bloeding snel. De bloedophoping veroorzaakt een drukverhoging in de schedel waardoor de hersenen ingedrukt worden. Door verplaatsing van de hersenen bestaat er ook het gevaar van inklemming.
Verschijnselen:

  • Bewusteloosheid
  • Evt. eenzijdige verlamming
  • Pupilverwijding of lichtstijve pupil aan de aangedane kant
  • Evt. nekstijfheid
  • Evt. daling van de polsfrequentie

Als er niet snel chirurgisch ingegrepen wordt dan is de kans op overlijden erg groot.

Subdurale bloeding

Bloeding tussen het harde hersenvlies en de arachnoidea, het spinnewebvlies. Dit is een aderlijke bloeding => ontstaat langzaam; vaak vormt er zich een kapsel omheen.
Verschijnselen:
Aanvankelijk:
Weinig tot geen klachten
Soms posttraumatische amnesie (= ontbreken van herinneringen aan de tijd vlak na het trauma)
Later:
Hoofdpijn
Wisselend bewustzijn
Eenzijdige verlamming
Bloed in de liquor
Aandachts- en concentratiestoornissen

Het gaat meestal samen met een flinke kneuzing net onder de bloeding. Als bovenstaande ernstige verschijnselen optreden dan moet er ook chirurgisch ingegrepen worden. Blijven de verschijnselen beperkt (meestal bij een kleine bloeding) dan hoeft er niet geopereerd te worden.

Intracerebrale bloeding

De verschijnselen hiervan zijn afhankelijk van de grootte en de plaats van de bloeding. Chirurgisch ingrijpen is meestal niet mogelijk.

Commotio / contusio (schudding resp. kneuzing)

De termen commotio en contusio worden in de praktijk meestal door elkaar gebruikt. Commotio: het kwijt zijn van herinneringen enige tijd voor en na het ongeval. De ernst van het trauma valt af te lezen aan de diepte en duur van de bewusteloosheid. Contusio: er zijn uitvalsverschijnselen aanwezig bijv. spraakstoornissen, verlammingen. Meestal zien we een combinatie van een commotio en een contusio.

Schedelbreuk

Als bij de schedelbreuk ook de vliezen gescheurd zijn, waardoor er een open verbinding is van de hersenen met de buitenlucht, dan praten we over een open schedelfractuur. Het gevaar voor infectie is dan erg groot. Als er breuken in de schedel zijn dan duidt dit meestal ook op een trauma waarbij er een behoorlijke kracht op de schedel kwam. Het spreekt dan voor zich dat er door die enorme kracht ook een beschadiging aan het hersenweefsel ontstaan kan zijn. Als botstukken t.o.v. elkaar zijn verschoven en/of er sprake is van (dreigende) beschadiging van de onderliggende hersenvliezen of bloedvaten, zal operatief ingegrepen moeten worden.

Schedelbasisfractuur

Dit is een breuk in het onderste deel van de schedel. Hier is het bot vrij dun en kan makkelijk breken bij een val of slag. Vaak zijn bij een schedelbasisfractuur de vliezen bij de neusholte of bij het oor gescheurd => open verbinding met de buitenwereld => gevaar voor infectie. Er loopt hersenvocht uit de neus of het oor. Vaak zal dit vermengd zijn met bloed. Dikwijls verplaatst het bloed zich naar het weefsel om de ogen. Bij langdurig lekken van hersenvocht zal operatief ingegrepen worden. Een ander gevolg van een schedelbasisfractuur kan zijn dat er druk op of verscheuring van een of meerdere hersenzenuwen plaats vindt. Ook de hersenstam kan beschadigd zijn waardoor er allerlei functies gestoord kunnen zijn. De functies als ademhaling en bloeddruk moeten na een schedelbasisfractuur dus goed in de gaten gehouden worden.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Mogelijke complicaties/restklachten/aandachtspunten.
Extra complicatie bij een hersentrauma is het optreden van zuurstoftekort in de hersenen (door bloeding) en/of hersenoedeem. Als dit niet behandeld wordt/kan worden dan kan de schade aan de hersenen nog verder toenemen. Bij een ernstige bloeding of kwetsing kunnen de ademhaling en/of het hartritme voor complicaties zorgen. Om dit zo tijdig mogelijk te signaleren wordt de patiënt aan de monitor gelegd waardoor deze functies en de temperatuur continu in de gaten gehouden kunnen worden en de patiënt zo nodig aan de beademingsmachine kan worden gelegd. Het bewustzijn moet regelmatig gecontroleerd worden. Hiervoor kan de Glascow Coma scale (zie boven) gebruikt worden. Deze score wordt meestal iedere 2 uur gedaan.

Als er geen direct gevaar meer is voor de ademhaling, bloedsomloop e.d. of wanneer verdere behandeling niet meer mogelijk is gaat de patiënt naar de ‘gewone’ neurologische afdeling. In het laaste geval gaat daar uiteraard uitgebreid overleg met de naasten aan vooraf. De arts zal hierbij de vooruitzichten en andere afwegingen met de naasten bespreken.

Een hersentrauma en haar gevolgen kunnen ingrijpend zijn door bijv. een optredend coma, verlamming en/of het inleveren van bepaalde vaardigheden. Dit alles heeft te maken met de veroorzakende bloeding, beknelling, kneuzing of andere beschadiging. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de restklachten en de behandeling ook bij het CVA (zie boven). Als klachten kunnen ook hoofdpijn, vermoeidheid, gedrags- en gevoelsveranderingen optreden. Fysiotherapie en soms uitgebreide revalidatie zullen in het geval van functie-verlies noodzakelijk zijn. Neurocognitieve functies als concentratie en geheugen, zullen vaak ook aandacht vragen. Wanneer de patiënt niet te maken kreeg met ‘uitval van functies’ maar wel een tijd in coma heeft gelegen, zal eveneens revalidatie nodig zijn om de zenuwen, spieren, het evenwicht en de conditie weer te trainen na een tijd van bedlegerigheid.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.

Patiënten die langere tijd op de IC opgenomen en beademd zijn geweest, ondervinden in de regel spier-en zenuwzwakte (zie ook de ‘FAQ’ bij het onderwerp ‘Critical Illness Polyneuropathie’). Dit ontwikkelt zich in de loop der tijd door een combinatie van de ernstige ziekte, de behandeling en het lange stil liggen. De zenuwen zijn in hun functie aangetast en staan als het ware op een heel laag pitje. Hun functie zal door training/revalidatie weer opgebouwd moeten worden.

Een acute aandoening van de zenuwen, waarbij zich binnen uren tot dagen ernstig functieverlies kan voordoen, zien we bij het Guillain Barré-syndroom, waarbij een gezond iemand binnen korte tijd in een levensbedreigende situatie kan komen te verkeren.

Guillain-Barré syndroom

Op YouTube staat een filmpje van een Amerikaanse vrouw (Holly Gerlach) die door het Guillain Barré-syndroom werd getroffen, en haar IC-verblijf plus aansluitende revalidatietijd heeft laten filmen. Zij heeft ook een boek over die periode geschreven. Het filmpje vindt u hier.

Voor meer informatie over het syndroom kunt u onderstaande 3 items open- en dichtklikken:

Wat is het/waardoor ontstaat het/wat gaat er mis in het lichaam?
Bij het Guillain Barré-syndroom zijn de zenuwen die o.a. de spieren in armen en benen bedienen, aangetast door ontsteking. Het kan beginnen met lichte klachten als pijn, spierzwakte in de benen of tintelingen, en dan snel in ernst toenemen, waardoor verlamming en ademhalingsmoeilijkheden kunnen optreden.
Ook gevoelszenuwen die warmte, kou en pijn registreren kunnen ‘meedoen’ in dit proces. De ontsteking die dit alles veroorzaakt is op haar beurt weer een gevolg van een auto-immuunreactie, d.w.z. een reactie die zich tegen (bepaald) weefsel in het eigen lichaam keert. In 70% van de gevallen treedt dit syndroom op na een infectie, zoals een keelontsteking of diarree.
Ook de zenuwen naar de ademhalingsspieren kunnen aangedaan worden, waardoor de ademhaling in gevaar komt en opname op de IC onontkoombaar is.
De ziekte komt in verschillende gradaties voor, waarbij de symptomen heel snel in ernst kunnen toenemen. Vooraf is hier echter weinig over te zeggen. Dat maakt het tot een onvoorspelbare ziekte waarbij een Intensive Care opname (al is het uit voorzorg) meestal aan de orde is.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Hoe wordt het vastgesteld/wat valt er tegen te doen?
De diagnose wordt vastgesteld aan de hand van de verschijnselen, waaronder een ‘naar boven opstijgende’ spierzwakte of verlamming en vermindering/afwezigheid van reflexen én d.m.v. een electrisch spier-onderzoek (EMG). Ook doet men onderzoek naar het eiwitgehalte in het vocht rond het ruggemerg door middel van een lumbaalpunctie (ruggeprik); is dit verhoogd dan is dit eveneens een aanwijzing.
De behandeling spitst zich toe op het remmen van de ontsteking om verdere spierzwakte tegen te gaan. Hiertoe krijgt de patiënt zogenaamde immunoglobulinen, menselijke afweereiwitten. Bij een tekortschietende ademhaling zal men overgaan tot mechanische beademing met een beademingsapparaat. In ernstige gevallen kan ook het functioneren van de bloedvaten en het hart in de problemen komen, en dan komt ook de bloedsomloop in gevaar. Ook daarom zal de patiënt dus goed in de gaten gehouden en waar nodig ondersteund worden.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.
Mogelijke complicaties/restklachten/aandachtspunten.
De patiënt kán volledig herstellen maar ook een chronische vorm is mogelijk; hierbij blijven bepaalde klachten als gevoelsstoornissen en pijn aanwezig.
Nadat de klachten zich, in de acute fase van de ziekte, tot een maximum hebben opgebouwd kunnen ze een week tot enkele maanden op hetzelfde niveau blijven. Daarna zal het herstel beginnen. Afhankelijk van de ernst van de klachten kan dit herstel tot een paar jaar duren. Hoe langer de opname op de Intensive Care noodzakelijk is, hoe meer tijd het herstel in beslag zal nemen. Na weken tot maanden van IC-opname is een intensief revalidatie-programma noodzakelijk om de beschadigde zenuwen en de verzwakte spieren weer te laten herstellen en trainen, en om de conditie en coordinatie weer op te bouwen.
Het van de ene op de andere dag ziek worden én dan ook nog doodziek op de IC belanden, heeft een grote impact op de patiënt en diens naasten. Vaak wist men van het bestaan van deze ziekte niet af, waardoor het allemaal overdonderend is.

Klik hier om dit tekstblok weer te sluiten.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*