Voeding

sondevoedingVoeding is op een IC-afdeling een belangrijk onderdeel van de behandeling. Voeding levert namelijk behalve energie (brandstof) belangrijke voedingsstoffen die een gunstig effect kunnen hebben op het herstel.

Omdat patiënten vaak niet in staat zijn zelf te eten of ernstige slikstoornissen hebben ontwikkeld door zwakte of na verwijdering van de beademingsbuis is sondevoeding een gebruikelijke vorm van toedienen van voeding. Sondevoeding is vloeibare voeding die met behulp van een sondevoedingspomp toegediend wordt. Een sonde is een buigzaam slangetje. Er zijn verschillende soorten sondevoeding. Per patiënt wordt bekeken wat de voedingsbehoefte is en vervolgens wordt een keuze gemaakt voor de soort voeding. Het toedienen van voeding is een nauwkeurige bezigheid, onder- of overvoeding wil men graag voorkomen. De diëtiste stelt vast wat de patiënt (afhankelijk van gewicht, aandoening, etc.) nodig heeft, en overlegt het voedingsbeleid met de arts.

Voeding kan via de bloedbaan (parenteraal) of via het maagdarm-stelsel toegediend worden (enteraal). Meestal wordt gekozen voor toediening via het maagdarm-stelsel. Er zijn in principe drie manieren om sondevoeding via het maagdarm-stelsel toe te dienen. De eerste manier is toediening via een slangetje door de neus, dat de voeding naar de maag of het duodenum (begin van de dunne darm) brengt.

Soms is deze wijze niet mogelijk (afhankelijk van de situatie van de patiënt en/of van de duur van sondevoeding), er wordt dan gekozen voor het inbrengen van sondevoeding via een opening in de buikwand direct naar de maag. Heel soms gebeurt het dat de sonde in het jejunum (middelste deel van de dunne darm) chirurgisch wordt ingebracht.
Toedienen van voeding via de bloedbaan (parenteraal) gebeurt ook. Als het spijsverteringskanaal ontzien moet worden of de voeding via het maagdarm-stelsel niet mogelijk is, kan deze vorm van voeding gebruikt worden.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*